Subscribe via RSS Feed

Open deuren

[ 0 ] 01/04/2011 |

Een land dat voortdurend in de schijnwerpers staat heeft vrienden en vijanden. In politieke situaties is het haast een natuurlijk gegeven dat meningen van de betrokkenen polariseren en je te maken krijgt met loyale verdedigers en strijdlustige tegenstanders. Je zou kunnen zeggen dat het niet zo uitmaakt wie je vijanden zijn. Je zal ze immers niet kunnen overtuigen van hun ongelijk en tegenstanders zullen altijd blijven bestaan. Wat er werkelijk toe doet, is wie je vrienden zijn. Een fanclub die je liefheeft vanwege een gemeenschappelijke vijand, of de twijfelachtige sekte die je ziet als instrument in het vernietigen van de wereld is niet de vriendengroep waar je op zit te wachten.

Israël heeft een hoop vrienden. In iedere uithoek van de diaspora staan er mensen klaar om op te komen voor ‘hun’ Israël. Een land dat een hoop vrienden van Israël huisvest is de machtige republiek van Uncle Sam. Talloze belangengroepen komen al vele jaren op voor hun geliefde – en vaak fel bekritiseerde – democratie in het Midden-Oosten. Daar is in beginsel niets mis mee, ware het niet dat de steun onvoorwaardelijk is. Onvoorwaardelijke steun schiet bij mij, als het gaat gaat om de verhouding met een democratische rechtsstaat, in het verkeerde keelgat. Want staten maken fouten en juist het (constructief en uit bezorgdheid) bekritiseren van de democratische rechtsstaat waar jij als betrokkene in gelooft, is een teken van vriendschap…en misschien wel van liefde.

Toen in 2008 bekend werd dat een groep bezorgde Amerikanen besloot de nieuwe lobby-organisatie JStreet op te richten, was ik enthousiast. JStreet bestaat uit een grote groep Amerikanen die de belangen van Israël in Washington bepleit, maar niet aarzelt hun geliefde land te bekritiseren wanneer daar reden toe is. Juist die vorm van steun kan ervoor zorgen dat je als belangenorganisatie serieus wordt genomen in de politiek. Niet op basis van je macht en invloed, maar van je morele gelijk.

JStreet heeft het de laatste tijd niet makkelijk. Knessetlid Schneller (Kadima) beschuldigde JStreet er onlangs van ‘niet om Israëlische belangen te geven’, omdat zij zich uitsprak tegen een Amerikaans veto in de VN-Veiligheidsraad, die een veroordeling van Israëlisch nederzettingenbeleid moest voorkomen. Schneller zag dit als een aanval op de soevereiniteit van de joodse staat en het zelfbeschikkingsrecht van het joodse volk. Maar de zorgen van JStreet om deze VN-veto’s zijn volstrekt legitiem. De veto’s zijn een uiterst dubieuze institutionele erfenis van de naoorlogse periode die een paar mogendheden van een onredelijke vorm van macht voorziet. Met het constant in bescherming nemen van Israël door het vetorecht in te roepen doet Amerika het er ten onrechte op lijken dat Israël onfeilbaar is. JStreet steunt Israël, maar kon als progressieve organisatie niet achter het nederzettingenbeleid staan en dus ook niet achter dit veto. Daarmee maakte JStreet zichzelf in de ogen van veel Israëlische politici tot een instituta non grata.

De gevolgen bezorgen mij plaatsvervangende schaamte. Vlak na de bomaanslag in Jeruzalem verscheen het nieuwsbericht dat JStreet de aanslag ‘veroordeelde’. Tenenkrommend, want het veroordelen van een terroristische aanslag, gericht op het doden van zoveel mogelijk mensen, is zo evident dat het door een vriend niet hoeft te worden uitgesproken.

Het is werkelijk treurig dat JStreet zich genoodzaakt ziet om de wereld, vooral Israël, te laten weten dat zij de Palestijnse (gewelddadige) verzetsstrijd niet steunt, om maar te voorkomen dat het in Israël tot het ‘anti-kamp’ wordt gerekend. En dus sluit JStreet zich aan bij het handjevol regeringsleiders dat deze aanslag de afgelopen tijd – als het intrappen van een open deur – heeft veroordeeld. Hoopt ze zo te bereiken dat Israël haar loyaliteit in de toekomst niet meer in twijfel zal trekken?

Met deze politieke correctheid doet JStreet zichzelf meer kwaad dan goed. Als JStreet echt het beste met Israël voor heeft, veroordeelt zij niet wat evident is, maar komt zij op voor Israël wanneer steun niet vanzelfsprekend is. Anderzijds zouden politici als Schneller hun deuren moeten openen voor organisaties als JStreet, in plaats van hun pijlen op hen te richten. Zuinig zijn op je vrienden – ook vrienden die ruimte zien voor verbetering – is in tijden als deze geen overbodige luxe. Maar ook dat is een open deur.

Joël Serphos

Tags:

Category: Opinie

Comments are closed.