Israel: betwiste gebieden en de essentie van het conflict
Het Huis van Afgevaardigden is nog geen twee weken in de lucht en het staat al 3-0 voor Hate Israel United. Harry van Bommel zag zich genoodzaakt om te midden van de slachtingen in Syrië, het verkrachten van vrouwelijke journalisten in Egypte, en het algehele afzakken van de Arabische wereld naar de duistere afgrond van theocratie, een artikel te wijden aan een betreurenswaardig incident waarbij een Palestijnse man gedood werd door een Israëlische traangasgranaat. Ook schreef VVD’er en The rights forum bestuurslid Jules Hosman een artikel waarin het gebruikelijke ophitsingsverhaaltje over ‘de Israëlische bezetter’ werd afgedraaid. Tijd voor een ander geluid.
Bezette gebieden?
Hosman stelt: ‘De Israëlische bezetting van Oost-Jeruzalem, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook gaat volgend jaar zijn 45ste jaar in’. Een dergelijke stelling gooit waarschijnlijk hoge ogen in linkse en islamitische kringen, maar het is simpelweg onwaar. Israëlische aanwezigheid in Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever geldt niet als bezetting, en in augustus 2005 zijn alle Israëlische burgers die woonachtig waren in de Gazastrook, door de Israëlische regering verwijderd. Wellicht heeft Hosman een artikel ingestuurd dat uit 2004 stamt, het overkomt de besten.
Bezet grondgebied; de term die door de media en internationale gemeenschap wordt gebruikt om de status van de West Bank te duiden. De wijdverbreidheid van deze term, impliceert echter niet dat deze correct gebruikt wordt.
Een belangrijk besef in het begrijpen van de correcte juridische status van de Westbank, is dat het gebied voor 1948 geen erkende soeverein had.
Na de proclamatie van de staat Israel in 1948 vielen Egypte, Syrië, Libanon, Irak, Jemen, Saudi Arabie en Jordanië de jonge staat Israel aan. Tijdens deze, door de Arabieren geïnitieerde vernietigingsoorlog, won Jordanië grond en bezette zij het gebied dat destijds bekend stond als Judea en Samaria. In 1950 doopte zij de streek om tot de West Bank. Zelfs de andere Arabische staten erkende de legaliteit van de Jordaanse bezetting van dit gebied destijds niet.
Van 5 tot 11 juni 1967 woedde de zesdaagse oorlog. Israel zag zich wederom geconfronteerd met een Arabische vernietigingsoorlog. Om deze oorlog te overleven voerde Israel een offensieve verdedigingsoorlog waarbij met name de Israëlische luchtmacht de vijandelijke luchthavens en luchtmachten onschadelijk wist te maken voordat de fragiele grenzen van Israel onder druk kwamen te staan. In dit proces dreef Israel de Jordaniërs terug, en ‘heroverde’ hierbij de West Bank.
Hier zit de crux. Omdat het gebied voor de Jordaanse bezetting geen erkende soeverein had, en de Jordaanse bezetting niet als legaal is erkend, geldt de huidige Israëlische aanwezigheid ook niet als bezetting. Van wie bezetten zij dan immers land? Om deze reden is de enige juiste term: betwiste gebieden, net als bij andere soortgelijke casussen zoals West Sahara, Zubarah en Thumbs Island.
Als de Arabische wereld zo graag wil dat Israel terugkeert naar de grenzen van voor 5 juni 1967, waarom vielen zij deze grenzen dan in eerste instantie aan? Zo goed bevielen deze grenzen de Arabieren blijkbaar toch niet. De Arabische agressie tijdens de Israëlische onafhankelijksoorlog in 1948 en de zesdaagse oorlog in 1967 hadden dan ook niets te maken met de positionering van Israëls grenzen. Zij hadden te maken met de existentie van het de Joodse staat an sich. Het waren oorlogen die gestreden werden met slechts één doel: de totale vernietiging van Israel. Dit gegeven belicht overigens gelijk de essentie van het Arabisch-Israelisch conflict, hierover later meer.
Maar naast de juridische incorrectheid van de term ‘bezette gebieden’ openbaart er zich nog een gevoelsmatige eigenaardigheid rond deze kwestie. Het is frapant dat een initiator en verliezer van een totale vernietigingsoorlog tegen Israel, zich überhaupt gerechtigd voelt grond terug te eisen die zij zijn verloren omdat de door hun geïnitieerde totale vernietigingsoorlog niet slaagde.
Betwiste gebieden, en legaal bezette gebieden
De Gaza strip gold en de Westbank geldt als betwist gebied, omdat er voor de Israelische aanwezigheid geen erkende soeverein van deze gebieden was. Een ander verhaal ging op voor de Sinai woestijn en gaat nog steeds op voor de Golan hoogte, daar deze gebieden wel een erkende soeverein hadden voor de Israëlische aanwezigheid: Egypte en Syrië. Tijdens de zesdaagse oorlog in 1967 veroverde Israel de Sinai woestijn op Egypte. Volgens het internationaal recht mag een staat uit zelfverdediging een gebied tijdelijk bezetten. Hierbij geldt dat het gebied net zolang behouden mag worden als de dreiging, die in eerste instantie tot de bezetting leidde, blijft bestaan. Zo geschiedde het dus ook dat in 1978 Israel en Egypte de Camp David akkoorden tekenden, waarop Israel zich terugtrok uit de Sinai woestijn en het gebied terug gaf aan Egypte.
Voor de Golan hoogte gaat een soortgelijk verhaal op, alleen bestaat er geen vredesbestand tussen Israel en Syrië. Zolang dit er niet is, heeft Israel het recht de Golan hoogte te bezetten omdat het van vitaal strategisch belang is voor de Israëlische veiligheid. Even samengevat: de Westbank is geen bezet gebied, maar betwist gebied. De Golan hoogte is wel bezet gebied, maar niet wederrechtelijk.
Nederzettingen illegaal?
De belangrijkste opdracht van het Britse mandaat over Palestina was de Joodse bevolking van Palestina te bevorderen. In de periode tussen de Israëlische onafhankelijksoorlog in 1948 en zesdaagse oorlog in 1967 werd de Gazastrook bezet door Egypte en Judea en Samaria door Jordanië. In deze periode was het in deze gebieden verboten für Juden verboten (even godwinnen hoor) zich er te vestigen. Dit verbod was op elke manier strijdig met de Britse mandaatvoorwaarden die bovendien nooit (!) zijn ingetrokken. Waar het de Joodse vestigingen betreft, werd na 1967 feitelijk de juridische situatie van 1948 hersteld. Zo was het wederom niet meer voor Joden verboden zich te vestigen in de betreffende gebieden.
Dit doet overigens niet af aan het feit dat de Israëlische regering, in lijn met internationale eisen, de toekomstige status van de betwiste gebieden in onderhandeling met de Palestijnen moet worden vastgesteld.
Het meten met een dubbele maat
In islamitische kringen barsten er vaak felle protesten los als niet-islamitische mogendheden interveniëren op islamitisch grondgebied. Deze protesten, met uitzondering van een Iraanse seculiere oppositie in het Westen, blijven in islamitische kringen uit als moslims elkaar onderdrukken en mensonwaardig behandelen. Waar waren immers de gepassioneerde protesten tegen alle dictaturen die de islamitische wereld rijk is? Misschien dat er tijdens de Arabische revoluties in het Westen een aantal islamitische proteststemmen en steunbetuigingen voor rebellen klonken, maar het enige dat deze revoluties zullen bewerkstelligen is de transfer van een seculiere politiestaat naar een theocratische politiestaat. Het zal mij benieuwen hoe luid deze proteststemmen zullen klinken als dit duidelijk wordt.
Voor progressief Europa gaat eenzelfde verhaal op. Waar bleven alle protesten tegen de islamitische dictaturen? Nergens. Het enige dat progressief Europa tot actie kan bewegen is het afzetten van een psychopathische despoot, Sadam Hoessein, en als de enige democratie in het Midden-Oosten zich genoodzaakt ziet terug te slaan. Het is een mooie wereld.
Wat zit hier in het geval van Israel toch achter? Progressieven die hun heil zoeken in het bashen van Israel maken zich onbewust schuldig aan twee zeer hardnekkige en latente vormen van racisme. De eerste vorm is de meest latente; men roept Israel maar al te graag op het matje en wijst met het vingertje dat zij hun manieren moeten beteren. Dit blijft uit jegens de islamitische landen, en als het al gebeurt is het nog met geen kwart van de passie waarmee het richting Israel gebeurt. Waarom leest men Israel wel de les en de Arabieren niet?
Een plausibele verklaring hiervoor is dat progressieven de Arabieren onbewust simpelweg niet tot redelijkheid en beschaving in staat achten. En dit is bijzonder racistisch.
De tweede vorm van racisme is de latente Jodenhaat. De term antisemitisme dekt geenszins de realiteit, daar Arabieren ook semieten zijn. Het is minachting en haat jegens Joden en het Jodendom. Hoe valt anders te verklaren dat al die destructieve energie wordt gefixeerd op de enige democratie en onze enige ware bondgenoot in het Midden-Oosten? Door progressieven, maar ook door minder enge mensen, wordt vaak aangevoerd dat zij Israel wel degelijk een bestaan gunnen: achter de grenzen van voor 1967. Maar hiermee wordt eigenlijk gezegd: we gunnen Israel vrede, maar wel achter grenzen die niet te verdedigen zijn. Zonder Judea en Samaria ontbreekt het Israel volledig aan strategische diepte. Zonder deze streken is het land op zijn smalste punt slechts 15 (!) kilometer breed. Een degelijk infanterie bataljon legt deze afstand in een klein anderhalf uur af, en militaire vliegtuigen kunnen het in een ogenblik. Dit zou geen probleem zijn als Israel omringd was door goede vrinden, maar dit is zij niet.
De essentie van het conflict
De aard van het Arabisch-Israelisch conflict is ideologisch. Ook heeft het niets te maken met de Israelische aanwezigheid op de West-Bank. De PLO (Palestinian Liberation Organisation) is opgericht in 1964, destijds waren de Westbank en de Gazastrip in handen van Jordanie en Egypte. Artikel 15 van het PLO handvest stelt o.a.: ‘de eliminatie van de zionistische aanwezigheid in Palestina’. De eliminatie van de gehele staat Israel was dus al een doel van de PLO voor de Israëlische aanwezigheid in de Westbank en Gaza.
Het voorgestelde verdelingsplan van de Peel commissie, stelde in 1937 een verdeling voor waarbij de Arabieren 96% van het land kregen dat door de Volkerenbond oorspronkelijk voor de Joden was bedoeld. Dit voorstel werd afgewezen door de Palestijnse leider: moefti Amin al-Hoesseini, een goede vriend van Hitler.
In 1947 stelde de Verenigde Naties een verdelingspan voor waarbij de Arabieren veel meer dan alleen de Westbank toegewezen kregen. De Israëlische regering stemde in, de Arabieren weigerden wederom en initieerde een vernietigingsoorlog. Pas na de zesdaagse oorlog was er een Israëlische aanwezigheid op de Gazastrook en de Westbank. Na de het ondertekenen van de Camp David Akkoorden sloot Egypte vrede met Israel, en in 1994 sloot Jordanie vrede met Israel. Van een vrede met Palestijnse autoriteiten is het echter nog nooit gekomen. In 1993 tekenden Israel en de PLO de Oslo Akkoorden, maar het geschreven woord kwam geenszins overeen met Palestijnse daden. Er volgde een enorme terreurtoename van de Palestijnse zijde. Het is dan ook geen toeval dat Arafat in 1996 nog claimde dat hij van plan was de Israëlische staat te elimineren en een puur Palestijnse staat te stichten. In 2000 biedt Israel de PLO 93% van de Westbank aan, maar ook dit wordt geweigerd en gevolgd door de ‘tweede intifada’ (lees: terreurgolf).
In 2005 trok Israel zich, in hoop op vrede, terug uit de Gazastrip en verwijderde 8,5 duizend Israëlische burgers uit het gebied. Wat zij er voor terug kregen is een doodscultus gecreëerd en bestuurd door Hamas. Voor sommige misleide zielen zijn Hamas vrijheidsstrijders. In werkelijkheid zijn het mensen die hun kinderen liedjes leren over Jodenvlees in zwarte zakken (ik verzin dit niet), en filmen hoe zij hun eigen Palestijnse politieke tegenstanders met handen geboeid van daken gooien. Een genocidale religieuze organisatie is het. Niet meer, niet minder. Dus inderdaad: Free Gaza! Van Hamas ja.
Er is dus een ideologisch bezwaar tegen het bestaan van de staat Israel an sich. De essentie van het conflict is dat de islamitische wereld nog steeds niet in staat is een Joodse nationale aanwezigheid in het hart van de ‘dar al-islam’ te accepteren. Dit wellicht nu nog minder dan in het verleden. Een grote rol voor deze ideologische bezwaren is weggelegd voor de islamitische religie. Ten eerste staat de islamitische theologie bol van de anti-joodse passages, maar de regimewisselingen uit het verleden tonen het ook aan. Iran was voor 1979 een seculiere staat en een vriend van het Westen en Israel. Ook Turkije was onder seculier bewind een vriend van het Westen en Israel. Nu gaat dit niet meer op, maar wat is er veranderd? Een seculier regime is vervangen door een islamitisch regime. Het seculiere Egypte kende (een koude) vrede met Israel, maar nu de rol van de islam op de vleugels van de revoluties toe gaat nemen, zal het gedaan zijn met deze vrede. Er schuilt een pijnlijke waarheid in een te weinig geciteerde uitspraak van Benjamin Netanjahu: ‘Als de Arabieren hun wapens neerleggen, is dat het einde van de oorlog. Als Israel de wapens neerlegt, is dat het einde van Israel.’
Timon Dias
Dit artikel verscheen eerder op www.huisvanafgevaardigden.nl. Jouw opiniestuk ook op de CiJO-website? Mail je stuk dan naar cijo@cijo.nl!
Category: Opinie


